Deskundigenteam Cultuurlandschap
Praktische invulling natuurinclusieve akkerbouw rondom natuurgebieden
Probleemstelling: Een manier om de druk op natuurgebieden vanuit de landbouw te verminderen is door natuurgebieden te ‘omringen’ met een schil van natuurinclusieve landbouw (NiL). In plaats van dat natuur en landbouw recht tegenover elkaar staan worden akkers en weilanden op deze manier onderdeel van het systeem. Natuurgebieden profiteren van minder emissies van voedingsstoffen (stikstof, fosfaten) en gewasbeschermingsmiddelen vanuit de landbouw. Daarnaast ontstaan er allerlei kruisbestuivingen op de grens van landbouw en natuur, bijvoorbeeld doordat (N2000) soorten vanuit de natuurgebieden op de natuurinclusieve akkers naar voedsel zoeken. Natuurinclusieve landbouwbedrijven profiteren bij deze opzet van de nabijheid van bronpopulaties van soorten in de natuurgebieden.
Natuurinclusieve landbouw is echter vooralsnog vooral nog een concept, met name in de akkerbouw. Praktijkvoorbeelden ontbreken nagenoeg (enkele pilots daargelaten), zodat onduidelijk blijft wat natuurinclusieve landbouw in de praktijk behelst. Er bestaat een grote behoefte natuurinclusieve landbouw in de akkerbouw een praktische invulling te geven.
Beleidscontext: Natuurinclusieve landbouw is een systeem met minimale emissies van voedingsstoffen (stikstof, fosfaat) en gewasbeschermingsmiddelen naar de omgeving. Op deze manier draagt het direct bij aan het verminderen van stikstofdeposities naar naastgelegen (stikstofgevoelige) natuur. Een schil van natuurinclusieve landbouw vormt als het ware een buffer rondom natuurgebieden.
De biodiversiteit is de afgelopen decennia sterk afgenomen. Intensivering van de landbouw wordt hiervoor als één van de belangrijkste oorzaken gezien, mede omdat landbouw het dominante landgebruik in West Europa is. Natuurinclusieve landbouw, waarin biodiversiteit juist centraal staat, is een randvoorwaarde voor biodiversiteitsherstel. Door de verminderde emissies van voedingsstoffen (stikstof, fosfaat) en gewasbeschermingsmiddelen biedt natuurinclusieve landbouw ook een oplossing voor de verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater. Er zijn diverse dwarsverbanden te leggen tussen natuurinclusieve landbouw en kringlooplandbouw; deze concepten vullen elkaar aan.
Doel van het onderzoek: Doel van het onderzoek is om expliciet te maken voor de drie pijlers van het conceptuele kader natuurinclusieve landbouw welke NiL-maatregelen passen bij het gebied (zoals bepaald door bodemtype en landschap), en welke soorten van deze maatregelen profiteren. Hiermee ontstaat een soort van ‘keuzemenu’ waarmee collectieven, boeren en natuurbeschermers een eigen gebiedsspecifieke invulling aan natuurinclusieve akkerbouw kunnen geven. Voorkomen wordt dat hierbij keuzes worden gemaakt die of niet bij de regionale context passen, of regionale doelsoorten niet ‘bedienen’. Het succes van deze aanpak zit er juist in dat er keuzes worden gemaakt die bij het gebied passen en daadwerkelijk de doelsoorten helpen. Door de beschikbaar gemaakte kennis toe te passen wordt het realiseren van een natuurinclusieve landbouw rondom natuurgebieden gefaciliteerd, met maximaal effect op de gebiedsspecifieke biodiversiteit.